Een theatervoorstelling als alternatieve kerkdienst. Theater De Paardenkathedraal is ervoor omgetoverd tot een neogotische kathedraal (decor: Laura de Jong) met rechthoekig gevlochten bogen.
Kale banken (de helft zonder leuning) op een ondergrond van natte zwarte aarde (stevig schoeisel aanbevolen!) noden niet tot zoet wegdromen en de aanvangstijd van de premiere is genadeloos antitheatraal afgestemd op de zondagochtendliturgie.
Het is een omgeving waarin de geest van Calvijn wel moet gedijen, nu zelfs zijn gehoor gedwongen is tot soberheid. Al zijn niettemin blaadjes uitgedeeld met een liedtekst, die tamelijk zinnelijk de luch inviteert om de mond binnen te stromen "langs mijn natte tong", om er gezongen weer uit te waaien. Terwijl onze Calvijn zingen verfoeit als een van de vele manieren om stilte te ontlopen, de stilte waarin we onszelf juist onder ogen zouden moeten komen. Vindt hij.
Aanvankelijk nog ernstig gemutst onder een bruin wollen kalotje kastijdt Calvijn zijn publiek met stellingen, die het vooral willen laten velen dat de mens minder dan niets is. Niet in staat om leven, natuur en schepping schuldeloos te genieten. Echter, denk hijzelf even uitverkoren te zijn, dan weet ook hij zich onrein en besmet. Wat hem tot woede brengt en zijn kleren doet afrukken.
'Ik, Calvijn' lijkt een oproep tot bezinning en zelfreflectie. Maar aan het eind verlaat de met Calvijns luimen meegolvende en inmiddels moedeloze bariton (Joost Schouten) de ruimte, en zakt de strenge hervormer als een zielig hoopje neer in het met water doorstroomde middenpad. Kan hij alleen ons hart bereiken door ons te tuchtigen? Calvijn weet het niet meer.
En, eerlijk gezegd, ik ook niet. Moeten we de wereld en onszelf gaan verbeteren? Maar waarom worden we dan om de oren geslagen met al onze fouten en niet gesticht? Of moeten we ons meer in Calvijns karakter verplaatsen? Maar waarom verandert hij opeens in een stampvoetend mannetje dat in 1983 in New York de Twin Towers omver wilde halen?
De voorstelling wil te veel en is daardoor onduidelijk in haar opzet. Zodat een toeschouwer onbedoeld een hap van een zogenaamd aangeboden appel kan nemen. En een ander ouderwets pepermuntjes in zijn rij gaat delen. De religieuze sfeer is zo sterk aangezet, ook in het plechtige taalgebruik en de strakke zangcomposities, dat je haast geneigd bent de voorstelling als een karikatuur te zien.
Met zijn ascetische postuur en priemende blik is Mathieu Guthschmidt voorts zo'n gedreven Calvijn, dat er te weinig afstand tussen acteur en personage blijft. En zo'n relativerende ruimte is broodnodig om het publiek echt te kunnen raken.
Trouw, THEATER, Hanny Alkema, 03-11-2009.
(*) verplicht veld.
2 reacties
accutane chqxb valium without prescription 269315 order doxycycline 61949 ambien 61301
propecia 20352 crownpills valium american express pay lpkz cialis :P prednisone online tqlzaa